Groningen, 20 mei 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Onderwerp
Noorden en Student & Stad over vrouwvriendelijke leefomgeving, voor een veilige gemeente voor iedereen
ter informatie
De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN
Telefoon 14 050 Bijlage(n) 1 Ons kenmerk 57191-2026
Datum 19-3-2026 Uw brief van Uw kenmerk
Geachte lezer,
Op 25 november 2025 hebben wij van D66, ChristenUnie, Partij voor het Noorden en Student & Stad het initiatiefvoorstel _‘Vrouwvriendelijke leefomgeving, voor een_ _veilige gemeente voor iedereen’_ ontvangen. Met dit voorstel vragen de initiatiefnemers aandacht voor de veiligheid in de fysieke leefomgeving. Het initiatiefvoorstel richt zich op (jonge) vrouwen, maar waar vrouwen staat bedoelen de initiatiefnemers ook andere mensen die zich onveilig voelen in de openbare ruimte.
Het initiatiefvoorstel treft u in bijlage 1 aan.
Preadvies college
_Inleiding_ Het vrouwvriendelijk ontwerpen van de openbare ruimte is jarenlang onderbelicht geweest. De afgelopen maanden heeft het onderwerp landelijk terecht veel aandacht gekregen. In Groningen streven we ernaar dat iedereen zich thuis voelt in de gemeente en zich veilig voelt, ook in de openbare ruimte. Ons college deelt de mening van de initiatiefnemers dat ook in Groningen een vrouwvriendelijke leefomgeving meer aandacht verdient. Wij danken de indienende partijen daarom voor hun initiatiefvoorstel en zien dit als kans om structureel betere openbare ruimte te maken waar iedereen zich veilig voelt. Wij hebben het initiatiefvoorstel in dat licht van een preadvies voorzien.
Volgvel 1
Hieronder volgt per voorstel ons advies.
_1._ _kwalitatief onderzoek uit te voeren om in kaart te brengen welke plekken in de_ _openbare ruimte door vrouwen als onveilig worden ervaren in de gemeente_ _Groningen;_
Wij zijn het eens met de initiatiefnemers dat het van belang is om goed inzicht te hebben welke plekken als onveilig worden ervaren en waarom. Daarover is al veel informatie beschikbaar. Onze gemeentelijke gebiedsteams en onze samenwerkingspartners in de veiligheidsketen zijn bekend met veel plekken die als onveilig worden ervaren. In aanvulling daarop is informatie beschikbaar via de genoemde ‘Pointer’ kaart en via de meldingen op het Instagram-account ‘Catcalls of Grunn’. De combinatie van onze eigen kennis en ervaring, de ‘Pointer’ kaart en de heatmap maakt dat wij de meeste plekken goed in beeld hebben. Extra onderzoek achten wij daarom niet direct noodzakelijk. Liever zetten we in op een structurele aanpak om het perspectief van jonge meiden te verankeren in onze plannen. Het is daarbij wel van belang om kwalitatief meer inzicht te krijgen in waarom bepaalde plekken als onveilig worden ervaren. Ons advies aan uw raad is, in lijn met ons advies om in te zetten op een structurele aanpak, dit in te bedden in bestaande participatieprocessen.
_2._ _de locaties die als het meest onveilig worden ervaren, zo spoedig mogelijk her_ _in te richten om ze veiliger te maken en hiervoor enkele projecten in de_ _openbare ruimte aan te wijzen als pilot om die, binnen de bestaande budgetten,_ _vrouwvriendelijk in te richten_
Wij zien het belang van een openbare ruimte die tegemoetkomt aan de behoeften van diverse groepen inwoners, waaronder veiligheid in het algemeen en veiligheid van vrouwen en jonge meiden. Bij meerdere gebiedsontwikkelingen hebben wij recent extra analyses uitgevoerd volgens de methodiek van Veilig Ontwerp en Beheer. Hiermee worden aanpassingen in kaart gebracht op het gebied van onder andere sociale controle, zichtlijnen, verlichting en gebruik van de ruimte. Wij betrekken veiligheid van de openbare ruimte voor de langere termijn bij de ontwikkeling van de nieuwe omgevingsvisie.
Op basis van de Pointerkaart, de heatmap en onze eigen ervaringen komen er verschillende locaties naar voren. De binnenstad, de stationsomgeving, meerdere parken en een aantal fietsroutes, zoals langs het Reitdiep, langs het Eemskanaal en de Hoornsedijk, worden het meest genoemd. Voor een aantal van deze vaak genoemde onveilige locaties geldt dat we vrouwvriendelijk ontwerp al meenemen in het ontwerp. Een actueel voorbeeld daarvan is de herinrichting van het stationsgebied. Sinds kort werkt het projectteam van de stationsomgeving samen met een CPTED specialist (crime prevention through environmental design, in het Nederlands bekend als Veilig Ontwerp en Beheer) die adviseert over de sociale veiligheid. Ook bij de herinrichting van de binnenstad en onze grote gebiedsontwikkelingen proberen we waar mogelijk de openbare ruimte zo aantrekkelijk en veilig mogelijk in te richten voor alle gebruikers.
Een locatie waar we een pilot willen starten is Park Selwerd. In het kader van de wijkvernieuwing wordt samen met wijkbewoners gekeken hoe Park Selwerd een impuls kan krijgen, zowel qua verblijf als qua verbindingsfunctie tussen Selwerd,
Volgvel 2
Paddepoel, Zernike en de binnenstad. Wij hebben deze locatie ingebracht in een landelijk onderzoekstraject naar vrouwvriendelijke openbare ruimtes. Met dit project wordt de creatieve ambitie van ruimtelijk ontwerp gecombineerd met op ‘evidence based’ gebaseerde kennis, zodat er concrete en onderbouwde oplossingen kunnen worden ontwikkeld voor vrouwvriendelijke buitenruimtes. Problemen en kansen worden in kaart gebracht, mogelijke oplossingen geformuleerd en deze worden getest in praktijkcasussen in verschillende gemeenten. De ervaringen die we opdoen in Park Selwerd kunnen we mogelijk uitrollen naar andere parken.
Overigens is er in onze ogen niet per definitie een 1:1 relatie tussen een meest onveilige situatie en een noodzaak tot onmiddellijke herinrichting. Wij noemen hier het voorbeeld van fietsroutes tussen de buitenwijken/dorpen en de binnenstad. Wij hebben een zeer fijnmazig en goed gebruikt fietsnetwerk. Wij streven ernaar dat er altijd een goede, snelle, veilige, goed verlichte route voorhanden is. Bundeling maakt routes drukker en daarmee ook veiliger. Ook kan er sprake zijn van een ‘waterbed’ effect waar door het herinrichten van een onveilige situatie de onveiligheid zich juist verplaatst. Daarnaast is het ook niet altijd de inrichting van de openbare ruimte die maakt dat een gebied als onveilig wordt ervaren maar zijn er andere oorzaken, zoals de overlastveroorzakers bij de muziekkoepel in het Noorderplantsoen. Wij willen u deze nuances graag meegeven.
_3._ _bij de (her)inrichting van de openbare ruimte in Groningen expliciet de_ _veiligheid en ervaringen van vrouwen, met name jonge vrouwen, mee te nemen_ _als uitgangspunt;_
Dit raakt wat ons college betreft de kern van het initiatiefvoorstel. De initiatiefnemers stellen dat een ontwerp veilig is voor een vrouw van 16 dat het dan veilig is voor iedereen. Ons college deelt deze opvatting en wil deze graag aanvullen. Een nuance hierin is namelijk dat er ook situaties denkbaar zijn dat sommige openbare ruimtes ook of meer onveilig kunnen zijn voor andere doelgroepen. De initiatiefnemers verwijzen hier ook naar in het initiatiefvoorstel. Daarom pleiten wij voor integraal, inclusief ontwerpen waarbij de openbare ruimte voor alle gebruikers veilig is, voor jonge vrouwen maar bijvoorbeeld ook voor de LHBTI+ gemeenschap, kinderen, bejaarden of mensen die slecht ter been of visueel beperkt zijn. Als wij openbare ruimte ontwerpen die geschikt is voor iedereen die zich daarin zelfstandig kan bewegen, inclusief jonge vrouwen, dan doen we het juiste. Ter inspiratie verwijzen wij naar het internationale concept ‘de stad van 8 tot 80’ dat hierop is gebaseerd.
Het ontwerpen aan vrouwvriendelijke openbare ruimte maakt integraal onderdeel uit van stedenbouw. In elke fase, in de initiatief- en ontwerpfase, in de planvorming. Wij doen dit al maar we zijn er ook continu lerende in. Wij willen de bestaande leidraad openbare ruimte om deze reden dan ook uitdiepen rondom een aantal thema’s, zoals sociale veiligheid. Onze inzet is er op gericht beter te worden in integraal en inclusief ontwerpen. Deze manier van werken moet in de organisatie ingebed worden. Dit doen we concreet door het toepassen van deze principes bij onze gebiedsontwikkelingen zoals we nu al in het stationsgebied doen, pilots uit te voeren, cursussen te volgen, van elkaar en andere gemeenten te leren, en zeker ook via het betrekken van jonge vrouwen en andere specifieke doelgroepen. In participatietrajecten, thematische focusgroepen zien wij voldoende ruimte om deze inbreng een plaats te geven.
Volgvel 3
Uiteindelijk is een vrouwvriendelijke fysieke leefomgeving een kwestie van de lange adem. Waarbij we bij lopende en nieuwe ruimtelijke projecten het perspectief van jonge vrouwen en andere kwetsbare gebruikers steeds beter een stem en een plek geven en blijven leren hoe het beter kan. Tegelijkertijd zijn wij ervan overtuigd dat als we vrouwvriendelijk ontwerpen serieus willen gaan toepassen dat we het op deze manier moeten aanpakken en niet van incident naar incident moeten handelen.
_4._ _voorbeelden en best practices uit andere steden bij toekomstige ruimtelijke_ _plannen te gebruiken_
Wij laten ons graag inspireren door voorbeelden en best practices uit andere steden. Zo hebben deze bijvoorbeeld ook bijgedragen aan de totstandkoming van de leidraad openbare ruimte. Of we deze voorbeelden ook daadwerkelijk kunnen toepassen hangt van het specifieke voorbeeld en best practice af. Immers elke stad is ook weer verschillend, niet alleen binnen Nederland maar ook in de internationale context waar planningssystemen en invloed van bewoners per land en soms per stad ook verschillend kunnen zijn. In de Nederlandse context lijken de genoemde ontwerpprincipes en aanpak van Rotterdam een goede inspiratiebron voor Groningen. Zo hebben we goed contact met onderzoeker Krista Schram (Lets Gro 2025). Zij geeft in het project ‘Ruimte voor Meiden op Zuid’ en in samenwerking met meidenplatform Chicks & The City aan wat jonge vrouwen nodig hebben om zich prettig en veilig te voelen.
_5._ _bij elk (ruimtelijk) beleid een vrouwvriendelijkheid toets uit te voeren en het_ _beleid zo vorm te geven dat de veiligheid van vrouwen een belangrijk_ _uitgangspunt is; dit te borgen in de gehele beslisketen, namelijk de Commissie_ _Ruimtelijke Kwaliteit, een klankbordgroep van de doelgroep in te richten, te_ _verwerken in de Leidraad Openbare Ruimte, dit continu te toetsen bij de_ _Openbare Ruimte Tafel, en dit onderdeel te maken van de Omgevingsvisie;_
“Groningen van en voor iedereen” is één van de ambities uit het koersdocument op weg naar de nieuwe omgevingsvisie. Een veilige en groene omgeving, die inclusief is ontworpen, maakt daar vanzelfsprekend onderdeel van uit. Ook willen we de Leidraad Openbare Ruimte op dit punt verder uitdiepen. Hoewel sociale veiligheid al onderdeel is van de Leidraad, willen we dit nog nader uitwerken op basis van het handboek ‘veilig ontwerp en beheer’ en de resultaten uit het onderzoek in Park Selwerd.
Wat de overige punten onder punt 5 betreft zijn wij kritisch op dit initiatiefvoorstel. Wij zijn geen voorstander van het instellen van een extra toets, het instellen van een klankbordgroep en het nogmaals doorlopen van alle ruimtelijke plannen. Wij willen waken voor het toevoegen van extra bureaucratie en regelgeving. Bovendien zal het nogmaals doorlopen van alle ruimtelijke plannen leiden tot aanzienlijke vertragingen in de uitvoering.
Ook stellen de indieners voor om een jonge vrouw aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit toe te voegen. De commissie heeft als taak het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit. De commissie adviseert nu dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Zoals u kunt lezen in onze recente brief over het jaarverslag van de CRK (kenmerk 369335
Volgvel 4
2025) beveelt de CRK aan om ontwikkelingen in de openbare ruimte ook collegiaal voor te leggen aan de commissie. Wij onderzoeken hoe we dit kunnen vormgeven.
We starten in mei ’26 met een pilot waarbij medewerkers worden opgeleid in de methodiek van CPTED. Deze pilot is verbonden aan de ambitie om in de toekomst medewerkers op te leiden tot CPTED-experts. Deze medewerkers kunnen straks ingezet worden om sociale veiligheid bij openbare ruimte projecten te verbeteren. Zo wordt aan de voorkant van een project meegedacht over een openbare ruimte die veilig is voor iedereen.
_6._ _hierbij passende samenwerkingspartners te raadplegen;_
Samenwerkingspartners kunnen bij participatie betrokken worden. Wij adviseren u wel om goed vooraf af te bakenen met welke vraag de samenwerkingspartners worden betrokken. Zoals eerder betoogd zijn wij geen voorstander van een incident-gestuurde aanpak maar willen wij juist vrouwvriendelijk ontwerpen verbinden met herinrichtingen /gebiedsontwikkelingen die al op stapel staan en inbedden in het ruimtelijk ontwerp. Daarnaast kunnen we met samenwerkingspartners nadere afspraken maken om te zorgen dat meldingen wel goed binnenkomen bij de gemeente.
_7._ _hiervoor een budget van € 220.000 incidenteel en € 30.000 structureel jaarlijks_ _te reserveren, waar mogelijk gebruik te maken van NPLV gelden en een_ _eventueel restant te dekken uit de programma’s Leefomgeving en Openbare_ _Orde en Veiligheid;_
Wij zien het belang van voldoende financiële middelen. Ons advies is om de aanpak zoveel mogelijk in te bedden in bestaande structuren en werkwijzen. Op basis daarvan kan bepaald worden of er daarnaast extra budget noodzakelijk is. Dit kan vervolgens worden betrokken bij de begroting 2027 en verder. Daarbij alvast wel de opmerking dat NPLV-gelden bedoeld zijn voor het NPLV-gebied en niet daarbuiten. Binnen de huidige programma’s Leefomgeving en Openbare Orde en Veiligheid zijn geen additionele middelen beschikbaar.
_8._ _in Q2 van 2026 de Raad te informeren over de voortgang._
Dit is een initiatiefvoorstel van uw raad. Het is dan ook aan uw raad, om als het voorstel wordt aangenomen, te bepalen wanneer u door het college geïnformeerd wil worden over de voortgang. De behandeling van het initiatiefvoorstel is over de verkiezingen heen getild dus informeren over de voortgang zal dan op zijn vroegst Q4 van 2026 worden.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
burgemeester, secretaris, Roelien Kamminga Sander Gerritsen _Deze brief is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend._